Hart Ritme Variabiliteit training (HRV)
- Hartritme variabiliteit is de variatie in tijd tussen twee hartslagen (hartslaginterval).
- Er is een samenhang tussen ademhaling en hart ritme variabiliteit.
- Inademen versneld de hartslag en uitademen vertraagt de hartslag.
- Het patroon van in- en uitademen bepaald dus in grote mate de variatie in hartslag.
- Inademen correspondeert met de sympathische activiteit van het autonome zenussstelsel (ANS) en staat voor stimulatie, paraatheid en versnelling.
- Uitademen correspondeert met de parasympathische activiteit van het ANS en staat voor kalmering, vertraging en rust.
- HRV werkt toe naar een regelmatige, gebalanceerde afwisseling van versnelling en vertraging van de hartslag op basis van ademhaling.
- Bij een goede balans is er sprake van een gelijkmatig, ‘sinus’-golfachtig patroon in de hartritme variabiliteit. De sympathische en parasympathische activiteit van het autonome zenuwstelsel zijn dan in balans.
- Er kan dan resonantie optreden, dat wil zeggen dat het ademhalingsritme en het hartslagritme elkaar gaan versterken.
- Ook andere lichaamsfuncties kunnen hier door worden beinvloed, bijvoor het vasculaire systeem (bloeddruk) en het immuunsysteem.
- Een toestand van resonantie (soms ook wel coherentie genoemd) wordt gekenmerkt door helder denken, een gevoel van alertheid en harmonie waarin alles in het lichaam op elkaar lijkt afgestemd en optimaal functioneert.
- Bij stress kan de balans in het autonome zenustelsel verstoord raken en dat kan samengaan met een verhoogd risico op pathologie zoals angst, depressie en verminderde immuunfuncties.
Hoe te bereiken?
Bij een ademhalingsritme van ongeveer 5 tellen inademen en 5 tellen uitademen, dus 6 in-en uitademingen per minuut, ontstaat er in het autonome zenuwstelsel een balans tussen sympathische activiteit en parasympathische activiteit en het verschuift het dominante ritme naar .04–.15 Hz.
Op onderstaande figuur is dit mooi weergegeven (de onderste grafiek ‘appreciation’).
Ook te zien is dat bij een hevige emotie (bovenste grafiek “anger” de versnelling | vertraging in hartslag onregelmatig wordt en dat het dominante ritme verschuift naar .0033–.04 Hz. Er is nu sprake van sympathische activiteit.
Goed te zien is ook dat er een verschil is tussen ontspanning (‘relaxation’) en coherentie, het dominante ritme bij ontspanning is hier .15–.4 Hz. Parasympathische activiteit heeft nu de overhand.
